Denemarken Lillebaelt juni 2017

Duiken in Denemarken juni 2017

 

Erik en ik (René) zaten te denken op welke plekken kan je buiten Nederland leuk duiken, maar zonder een week vakantie op te nemen of diep in de buidel te moeten tasten. Onze gedachten gingen al snel naar Denemarken, Erik heeft daar familie wonen en ik kom daar vaak met vakantie. Het land is geheel  door water omgeven, en met een rij-afstand van ca. 650 km is het dus goed te doen. De Lillebælt (Kleine Belt), de zeestraat tussen Jutland en het eiland Fyn heeft een heel stel mooie duik- plekken.

 Ik had al wat contacten met een Deense duikclub, dus contact opgenomen met Inger van Diving 2000 uit Odense en gevraagd ‘wat kunnen we verwachten en hoe pakken we het aan’. Na wat heen en weer gebeld en gemaild te hebben, spraken we af dat we gebruik zouden maken van een gids van hun club. Deze zou ons laten zien waar we op moesten letten en hoe om te gaan met de stromingen die er zijn in de Lillebælt .

Nu we een duiklocatie hadden keken we naar een gunstige tijd, we namen daar half juni voor.

Voor dat we dit allemaal wisten hadden we al in de club een beetje gepolst wie er voor in was om in Denemarken te gaan duiken.  De reacties waren minder dan we gehoopt hadden, maar dat was de eerste keer voor België ook, en kijk nu eens met wat voor groep we naar België gaan. Het werd nu ook tijd om naar een onderkomen te gaan kijken. Op de camping waar ik vorig jaar met vakantie was stonden ook huisjes en er was een vulstation, wat wil je nog meer? We gingen er van uit dat we met ca. 6 duikers zouden zijn met mogelijkheid voor meer, dat was daar allemaal mogelijk.

Het aantal duikers wat mee wilde bleef een beetje schommelen, dus ook even een oproep gedaan bij

Silent World  of er duikers waren die het aandurfden ons te vergezellen  naar het “hoge noorden”. Rob van de Pol dacht dat hij dit wel durfde, en voegde zich bij ons groepje, later zou zijn vrouw Claudia er ook bij komen.

Het begon al op te schieten in het jaar en we hadden de datum 16 t/m 19 juni genomen, een huisje voor 6 personen op Hindsgval-camping gereserveerd,  aan de Lillebælt . We hadden een lang weekend gepland, vrijdags voor de heenreis, zaterdag en zondag om te duiken en de maandag voor de terugreis. Op deze mannier hadden we alle rust en tijd om te duiken. We kregen nog een aanbod van Diving 2000 om zondag op het  wrak de Ærøsund te gaan duiken in het zuiden van Fyn. Dit hebben we niet aangenomen omdat het dan weer 90 km heen en 90 km terug  is van de plek waar we zaten. We zijn bij ons idee gebleven om een lekker rustig weekend te gaan duiken, en dat is het ook geweest.

Voor het vervoer hebben we gekeken naar een zespersoons busje, die erg duur  bleken te zijn. En wij wilden alles doen voor een betaalbaar budget, zoals jullie van ons gewend zijn. Het busje viel dus af. We waren met te veel om alles in 1 auto te krijgen, daarom kwam het idee om een aanhanger te regelen. Ik had een buurman die zijn aanhanger wel wilde uitlenen aan ons. Nu we dit gedaan hebben weten we, dat doen we niet nog eens, met een maximum van 80 km per uur was het een hele rit naar Denemarken. Er zijn mensen die dit met een caravan doen, petje af daarvoor. Volgende keer nemen we wel een Caddy voor de bagage en een auto voor de personen. 

Na elkaar een keer ontmoet te hebben in Rozengaarde, behalve Thijs, de zoon van Erik, want die zou vanuit Kopenhagen komen, waren we klaar voor Denemarken. Totaal 6 personen.

Op vrijdagmorgen de 16e kwamen we bij elkaar in Aalten bij Erik, alles werd ingeladen en we gingen op weg.  We besloten om een stuk binnendoor te rijden (Lingen-Cloppenburg), want we mochten toch niet hard rijden. Verbinding onderhielden we met portofoons. Na een leuke maar langzame rit met genoeg stops, kwamen we tegen het eind van de middag in Middelfart aan op de camping. ’s Avond zijn we als eerste even naar de herten wezen kijken, in een groot natuurgebied om de camping heen lopen er zo’n 400 stuks rond. 

Onze eerste afspraak met de duikgids hadden we op  zaterdagmorgen om 10 uur gemaakt, en de duikplaats (Søbadet / zeebad) lag ongeveer 400 meter vanaf het huisje. Dat betekende lekker uitslapen, hoewel als je Minke heet  en weet dat er herten lopen dan moet je er wel vroeg uit . Jammer genoeg liet Thijs ons weten dat hij niet in staat was om te komen, we hadden graag met hem gedoken.

Op zaterdagmorgen zijn we toch maar met de auto naar het water gereden, Søbadet ligt vlak naast de oude brug. Hier zagen we onze gids, Tobias, een jonge instructeur van Diving 2000.  Van Tobias kregen we een hoop tips waar we op moesten letten en ook een stromingsapp. Als het namelijk aan één kant van de Lillebaelt hard stroomt dan is de andere kant rustig. Op de stromingsapp is dan duidelijk te zien waar je wel en zeker niet moet duiken. Ook nu bleek dat je nog steeds zelf goed moet blijven nadenken over wat beter is, en nooit klakkeloos van de techniek uit moet gaan. Een paar makkelijke herkenningspunten waren de boeien in het water, als er één  weg was (onder water) dan was er een snelle stroming, dus NO DIVING op die plaats. Het alarmnummer In DK is 112 voor alles. Met dat en nog een aantal wetenswaardigheden van Tobias hebben we ons klaargemaakt en zijn bij de steiger te water gegaan.

We hebben die dag 2 duiken gemaakt en met beiden kon je de stroming licht voelen.  We zagen mooie kelpplanten, ze leken wel van leer, veel krabbetjes, wat platvis en mooie anemonen. Later hoorden we dat er pas een bootongeval was geweest, waardoor er nogal wat ongewenst spul in het water was gekomen, hierdoor waren de grote vissen niet aanwezig. Ook de kleine porpoise (bruinvis),  die je hier normaal ziet, waren er niet. Door de stroming zal het zich snel oplossen, maar dat was het enige wat jammer was. Tijdens één van de duiken had Rob een mossel meegenomen  (op aangeraden van Tobias) van een dieper punt, bij onze safetystop op 5m, kwamen er al kleine visjes naar ons toe, maar toen Rob de mossel had bewerkt met een steen was het een vreterij bij zijn hand. Zelfs de krabbetjes, die we op zijn hand zetten, gingen niet weg. Hier hebben we natuurlijk filmpjes van gemaakt. We hadden ook plannen voor een nachtduik, maar vanwege de midzomernacht kon je die pas na 23.00 maken en zolang wilde Tobias niet wachten. 

Voor de zondag  besloten we om geen gebruik meer te maken van onze gids en bedankten Tobias voor zijn aanwezigheid en kennis.

Zondagochtend gingen we op dezelfde plek weer te water, de App zei dat het nog ging. In het water bleken de planten toch wel aardig schuin te hangen, eigenlijk meer plat. Deze duik zou ik samen met Erik en Rob maken. Vanaf de steiger loopt een ketting over de bodem naar de eerste dropoff op 7 m., dan gaat het 3m. naar beneden en kwam er een volgende dropoff. Bij het ondergaan moesten we de ketting al goed vasthouden, we hingen nog net niet te wapperen . Het idee was: we gaan naar de dropoff en kijken hoe de stroming daar staat. De stromingen boven en onder water kunnen hier aardig verschillen. Bij de dropoff lieten Erik en ik de ketting los, met op full speed zwemmen kwamen we in 2 minuten 50 cm vooruit. Rob zei later: ‘ het was wel een mooi gezicht, jullie hard zwemmen en twee vollen bellenbanen achter jullie’. We bleken dan ook 50 bar verbruikt te hebben in die twee minuten. Dit was dus echt een stromingsduik. Terug aan de ketting besloten we om de duik af te breken , dit was voor mij de eerste keer dat ik zo bewust een duik afbrak. Op ca. 5 m. lagen we naast elkaar aan de ketting, voor onze safetystop, Ik gaf aan dat ik de ketting ging loslaten en me mee zou laten voeren door de stroming. Als ik dwars op de stroming zou zwemmen zou ik een eind verder aan de kant komen, te vergelijken met een muistroom in zee. Als kaaskop was ik hier bekend mee. Toen ik los liet zeiden de jongens: ‘ je was gelijk weg’. Op zicht zwom ik richting de kant en ineens zag ik de ketting weer en Erik zijn roze vinnen. De heren stonden al bij de steiger in het water. De stroming draaide hier dus mooi, ik hoefde daardoor niet terug te wandelen, waar ik wel op gerekend had. Erik en ik hebben dit nog een keer gedaan, hierbij elkaar vasthoudend, en weer kwamen we in een snelle vaart  bij de steiger uit. Dit maakte deze duik toch nog erg leuk. Op de kant kwamen we nog een groep Denen tegen die wilden gaan duiken, deze hebben we dit maar afgeraden, ze zouden daarom nog een uur wachten voor het water in te gaan. De Lillebælt  is een smalle zeestraat waar de stroming per uur kan verschillen en het getijdeverschil maar 20 cm is. Hier doen de Denen ook hun eerste buitenduik . 

Claudia, Minke en Rob hadden voor 12 uur een Bridgewalk geboekt, op de oude brug, en gingen met een groep onder leiding van een gids boven OVER de oude brug lopen. Er zijn maar twee plaatsen in de wereld waar je dat kan doen en dat is in Sidney en Middelfart. Ik had dit vorig jaar al gedaan en het is beslist erg leuk. Op het hoogste punt sta je 60 m boven het water op een roostervloertje, vraag maar aan Claudia hoe hoog dat is.

Voor de middagduik zijn we van de App uitgegaan en  naar de andere kant van het schiereiland gereden (afstand ongeveer 2km) . We hebben bij een  aanlegsteiger van een “veerpont” gedoken. Ook hier kwam je verrassende,  wel lichte, stromingen tegen. De bodem is hier een stuk vlakker en op afstand veel recreatie-scheepsvaart in deze smalle doorvaart. Ook hier vanuit de auto zo het water in. 

Na het duiken zaten we in de namiddag nog even op de veranda. We hoorden toen vrij veel sirenes, die dichterbij kwamen en langs de camping reden, direct naar het water toe. We zeiden al:  ‘dit klinkt niet goed’. Rob en ik zijn even naar beneden gelopen om te zien of het  iets met duikers te maken had. Bij het water aangekomen zagen we op een afstand al snel dat er gereanimeerd werd aan het water. We zijn hier natuurlijk niet naar toe gegaan, er waren al genoeg hulpverleners. Mensen die we spraken zeiden al snel dat het  een duiker was die door een wandelaar uit het water was gehaald. Deze wandelaar had pas, op aandringen van zijn dochter, een reanimatiecursus gevolgd. Bij de steiger zagen we een duikuitrusting op een tafel liggen zonder iemand in de buurt. We hoorden dat er een duiker uit het water was gekomen, en die had gevraagd aan de mensen die daar stonden of ze nog een duiker hadden gezien. Het was niet moeilijk om na te gaan dat dit de uitrusting was van de buddy. Het leek ons verstandig om hier even bij te blijven, het viel ons wel op dat de druk in de fles 30 bar was en dat de decoballon opgeblazen was. Er kwam iemand aan die de uitrusting mee wilde nemen, dat hebben wij verhinderd en gezegd dat alleen de politie dat mocht meenemen, i .v.m. het ongeval. Na een tijdje kwam er een agent die alles ook zo mee wilde nemen., want dit was niet van het slachtoffer. We hebben hem gezegd dat wij ook duikers waren en dat de procedure is om beide duikuitrustingen mee te nemen en de computers uit te lezen, om te zien hoe diep ze zijn geweest, een te snelle opstijging, einddruk  etc., hij wist hier niets van.

Hij bedankt ons voor deze informatie. Nadat hij notities en foto’s had gemaakt heeft hij de uitrusting mee genomen. Later hoorden we op de camping dat de duiker was overleden. Oorzaak werd niet vermeld, het waren aan hun uitrusting te zien ervaren duikers, wel op leeftijd. Je wordt toch weer even met je neus op de feiten gedrukt, dat je alle veiligheidseisen serieus moet blijven nemen.

We hebben ’s avond geen duik meer gemaakt.

De terugreis op maandag was erg warm en bij Hamburg en Bremen was het weer erg druk op de snelweg. Rob en  Claudia zijn met ons mee gereden tot aan Handewitt (Deense grens) en zijn daarna via de snelweg naar huis gereden, ze hadden genoeg naar de aanhanger kunnen kijken vonden ze. Wij hebben samen met de vrachtwagens nog een tijdje kunnen genieten van het Duitse landschap.

Misschien volgende keer het wrak de Ærøsund en de Duitse snelboten in het zuiden van Fyn. 

CONCLUSIE:

Het duiken in de Lillebælt is totaal verschillend  van Zeeland en zeker voor herhaling vatbaar, maar zonder aanhanger de volgende keer. Enige duikerervaring is zeker gewenst. Geen stek voor onze 1* ! Met de stroming moet je zeker rekening houden en kan ook sterk verschillen op dieptes.

Het zicht onder water was goed, ook vanwege de stroming, de temperatuur van ongeveer 13 graden was goed te doen in een natpak. Het zoutgehalte is de helft van de Noordzee. De buitentemperatuur was het hele weekend 27 graden, erg warm voor Deense begrippen. De duikstekken liggen erg dicht bij elkaar, max. 10 km uit elkaar, dus niet ver te rijden.  Met de auto is  tot dicht aan de waterkant te komen. Accommodatie was goed en het vulhok konden we vanaf onze veranda zien. Bij de duikstek Søbadet is een grote kleedruimte met spoelbakken en toiletten. De plek waar we zaten is ook voor niet duikers leuk om te bezoeken, de herten, de Bridgewalk, wandelen en Middelfart op loopafstand.

Foto’s staan apart op de OSVD-site

http://www.visitlillebaelt.dk/nl/funen/welkom-in-middelfart

René, Claudia, Rob, Erik en Minke